Recept: Klaar!
Als van de posten Gereedschappen, Men Neme en Roeren en Mengen de prijs is bepaald en de prijzen bij elkaar zijn geteld en als dan ook het Pandgeld erbij is geteld, dan is het klaar. De som van de prijzen is dan de prijs van de betreffende tover en dan begint het pas: om mijn afspeeltover te berekenen zullen tenminste 150 tovers van allerlei aard dienen te worden berekend en met elkaar gecombineerd. Neem een kijkje op Tovers om een idee te krijgen van dit monnikenwerk waarvoor ik een tussenjaar heb gekregen.
Klaar dus, het schema dat ik ooit op de Markt van Delft bedacht, dat staat, het is uitgelegd en begrepen. Maar nu vraag ik jou: wat heb ik nou anders gedaan dan mijn moeder toen zij de prijzen bepaalde van mijn vaders meubelproducten? Net als mijn moeder heb ik alle prijscomponenten bij elkaar geteld, het arbeidsloon, de huur van de werkplaats, de kapitaalgoederen zoals de draaibank en de grondstoffen: het Slavonisch eiken, het grenen van de redceder of het zachte lindenhout voor het snijwerk. Geheel volgens de standaard leerboeken Kostprijsberekening. Wat is dan toch het verschil?
Maar kijk, daar was het gummetje, dat beduimelde stufje waarmee moeder haar potloodprijzen behandelde net zolang tot ze tevreden was. Dat mist bij mij, mijn prijzen liggen vast, het zijn de toestandsveranderingen zèlf zou je kunnen zeggen. Menselijk gemanipuleer sloot ik uit. Op deze prijzen heb ik geen invloed, ik doe niet anders dan ze voorlezen uit het boek der natuur.
Maar nog veel belangrijker: mijn prijzen zijn inclusief het externe milieueffect. De prijs van de zogenaamde milieuverontreiniging is inbegrepen. Zelfs de CO2-emissie door de ademhaling van de mensen die aan toestandsveranderingen deelnemen is meegenomen. Toen daar op die gedenkwaardige dag op de Markt van Delft het draaiorgel zweeg en het lied verklonk, toen was de toestand van de Aarde voorgoed, duurzaam en onomkeerbaar veranderd. De prijs van deze verandering is in mijn prijzensystematiek opgenomen.
Tot slot essentieel en eigenlijk had ik hiermee moeten beginnen: het eigendomsrecht op een pand aan een ander overdoen zonder daar iets voor te vragen omdat er geen toestand verandert, dat kan bij mij niet. De nieuwe eigenaar moet dan altijd nog de eigenwaarde betalen van het artikel dat hij/zij/het krijgt. Het pandgeld.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Mijn vader had een heel ander gevoel bij 'Klaar'. Daar kwam ik achter toen ik mijn vader een keer vergezelde op zijn wekelijkse zondagmorgenwandeling buiten het dorp in het vrije veld, zoals hij dat liefkozend noemde. Hij had dat nodig voor zijn inspiratie. Dit tilt mij op, zei hij.
Het wandelde heerlijk die morgen. De Zon straalde met liefde op het gewas, wilgen glansden zilvergroen en een zoete geur dreef ons tegemoet uit de rietlanden langs het meer. Diepweg in het golvende riet hoempte een roerdomp en uit het dorp kwam echoloos, gedragen door een vleugje wind, het geluid van de kerkklok.
Waarom ga je daar nooit naar toe? vroeg ik.
Even was het stil, toen haalde mijn vader de schouders op, maakte een wijds gebaar om zich heen en zei: Dit is mijn kerk! Kijk nou toch eens hoe prachtig alles leeft en beweegt, hoe het zich verzamelt tot schitterende vormen, kleuren en zulke onverwachte samenstellingen. Nooit is het klaar, steeds weer anders. Die daar in de kerk denken dat het dogma voor eeuwig vaststaat en onveranderlijk is. Dat de schepping na 6 dagen klaar was en goed was. O, o. Slaven zijn het, die dromen dat ze vrijgelaten worden en daarom niet willen dat ze wakker worden gemaakt. Wie zei dat ook al weer?
Maar die Groninger tafel dan, die in de werkplaats staat, die is toch wel klaar? waagde ik. Die heeft nu toch zijn vorm gekregen? Zijn definitieve toestand?
Een driftig gebaar.
Nee nee, het is nooit af! Die tafel die tafel ...., even slikte mijn vader van machteloosheid het niet goed te kunnen zeggen, toen barstte hij los: Die tafel is van hout, ooit gemaakt door het bladgroen uit water en lucht, toen een boom, ieder jaar andere ringen, toen in planken, toen geschaafd meubelhout, toen samengesteld tot een blad, een lade, in de draaibank voor de poten, gelakt in Zweeds grijs ... maar hij zal ooit weer uit elkaar gaan, misschien wel verbranden en dan gaan de stofdeeltjes van de tafel weer op reis naar andere configuratie, andere vormen, andere pracht. Dat is het! Klaar? Nooit klaar! Als iets klaar is, dan is het slechts voorbij, gebeurd, een verandering in een oneindige reeks veranderingen.
Weet je, thuis is ma bezig met het stomen van een boffert. Straks als wij thuiskomen, dan is die klaar...ja ja klaar om door ons te worden opgegeten! 'Klaar' is slechts een onbetekenend tussenwoordje, als je ergens klaar mee bent, dan ben je meteen ook ergens klaar vóór.
De kerkklok was allang opgehouden.
De stilte was weer terug, de veldleeuwerikjes kon je weer horen, een tureluur jodelde en een vleugje zomerwind streelde de boterbloemen in het veld.
Daar gingen wij. Langs het toverpad van mijn vader.
NU IK DIT WEET.
Het is gelukt! Na maanden en maanden, dagen en nachten peinzen, puzzelen, priegelen, knippen en plakken is het klaar. Mijn eigen afspeeltover is af, nou ja helemaal af kan het nooit zijn en er ontbreken best nog wel toverslagen, bijvoorbeeld mijn treinreizen, maar toch: het basispakket staat erop en het saldo komt uit op
5*107. In de bijlagen van dit blog kun je nalezen hoe alles is is opgebouwd en berekend en in Tovers kan per doorgevoerde toestandsverandering detailinformatie worden bekeken.
De uitvoering van dit werk was niet mogelijk geweest als ik niet had kunnen beschikken over betrouwbare informatie over de vele technische industriële processen die vaak in de tovers een rol spelen. En dan bedoel ik niet alleen kwalitatieve beschrijvingen, maar vooral kwantitatieve informatie over grondstoffenstromen, energieverbruik, chemische processen, technologieën en zo meer. Al deze informatie kon ik godzijdank vinden in de zogenoemde BREF-documenten van het Europese Bureau voor Research on Industrial Transformation and Emissions, EU-BRITE. In deze vele documenten, die zijn opgesteld ingevolge Europese milieu-richtlijnen, wordt deze informatie gegeven met als principe de best beschikbare technieken. Ik voel me erkentelijk aan al die dienaren van de EU die dit uitputtende werk hebben verricht. Meer informatie hierover is te vinden in Bronnen.
Een superpositie van delftovers, maaktovers, aanmaaktovers en afspeeltovers en zelf ben ik weer een component van andere superposities. Het begint zolangzamerhand een hele stapel te worden, een verzameling van entropische informatie over toestandsveranderingen. Ik treed in de voetsporen van Diderot met zijn encyclopedisten, ik bouw de eerste entropedie. Dit is het begin van een entropisch kadaster.
Mijn afspeeltover bestaat nu uit een optelsom van tenminste 50 toverslagen, maar die zijn nog niet allemaal uitgerekend, de som komt voorlopig uit op grootte-orde
1,5*103/mensleefdag. Daar kan nog wel wat bijkomen, maar reeds nu is te zien dat het leven van een doorsnee westerse mens een kolossale prijs heeft. Vergelijk dat eens met het aanmaken van één ton staal op klassieke wijze à
4*104 Ook al zijn er grote onnauwkeurigheden in de schattingen, dan nog kunnen we er niet omheen dat de entropieverhoging die nodig is in de biosfeer om een mens anno 20.. één dag te laten leven van dezelfde grootte-orde is als de verhoging die nodig is voor het winnen van één kilo zuiver staal uit de aardkorst. Je gaat je schamen om mens te zijn. Vergelijk dat eens met het leven van een aap: die redt het met een paar bananen per dag!
Dit enorme verschil kan ik niet goed bevatten. Ik heb tijdens de berekeningen vaak gezien dat het exponentiele karakter van de entropie tot flinke sprongen kan leiden - denk maar aan de ballenbak - maar dit?! Heb ik een denkfout gemaakt bij het opbouwen van mijn methode? Heb ik gewoon domme rekenfouten gemaakt? Of is het alleen maar juist? Het bange gevoel bekruipt mij dat het resultaat gewoon juist is.
--------------------------------------------
Eindelijk rust. Het werk is gedaan, net op tijd want mijn tussenjaar is bijna voorbij, over een paar weken beginnen de colleges en zal ik mij weer onder professoren begeven.
Mijn thermodynamische Berekeningen
Vandaag zit ik buiten.
Het is zo'n wonderlijk mooie droomdag zoals alleen September kan geven. Het is nog vroeg, de middagspits van Schiphol is nog niet begonnen en de hemel is zuiver blauw.
Lezer, voordat je mag doorklikken naar de eerste delftover, laat ik je eerst kennismaken met de berekeningssystematiek die ik voor het opzetten van de tovers en het uiteindelijk berekenen van mijn afspeeltover heb toegepast. In het artikel Gereedschappen heb ik al verteld dat het er steeds om gaat het totale entropische effect te berekenen van de verandering van de toestand van een bepaald systeem, bijvoorbeeld de inhoud van een hoogoven of de groei van een boom. En dat de totale entropiestijging een optelling is van de toename van de vormingsentropie ΔSσ van het systeem σ zèlf, van de toename van de configuratie-entropie ΔScf veroorzaakt door verandering van de microscopische deeltjes van het systeem en van de toename van de thermische entropie ΔSθ van het systeem.
- Vorming ΔSσ
- Spreiding ΔScf
Deze formule kun je eenvoudig afleiden door de formule van Clausius dS = dQ/T, de kern van de Tweede Hoofdwet waarover ik Gereedschappen schreef, te combineren met de Eerste Hoofdwet, de wet van behoud van energie. Ik doe dat even voor:

De Tweede Hoofdwet luidt: dS = dQ / T ofwel dQ = dS * T (3)
Substitueer (2) en (3) in (1): dU = T * dS - p * dV (4)
Nu terug naar het voorbeeld. Ga V1 en V2 invullen. V1 is het volume van 1 mol CO2 bij kamertemperatuur en druk 1 atmosfeer. Dit volume is gelijk aan dat van 1 mol ideaal gas onder dezelfde omstandigheden. Uit mijn tabel met gegevens haal ik V1 mol ideaal gas = 0,022 m³. V2 is het volume van de atmosfeer. In mijn tabel schat ik die op 4,1 . 1019 m3.
Alles invullen in (7):
ΔScf verspreiding 1 mol CO2 = 8,314462 * ln (4,1 * 1019 / 0,022) = 410 J/°K.mol
Echter! Ik ging uit van een ideale situatie waarbij het gas onder de zuiger oneindig langzaam uitzet, de zuiger geen arbeid verricht en p in evenwicht is met de gasdruk in de zuiger. Van dit laminaire uitzetten is natuurlijk geen sprake in een hoogoven waar de gevormde CO2 turbulent de schoorsteen verlaat en zich spreiden gaat in een turbulente atmosfeer. In de praktijk zal ΔScf hoger uitvallen dan de berekende ideale situatie. Daar komt nog bij dat de dichtheid in de dampkring onderin veel hoger is dan bovenin. De formule geeft dus een orde van grootte van ΔScf. Maar daar ben ik meer dan tevreden mee, want de entropische waarde van een systeem is onmogelijk nauwkeurig te bepalen omdat systemen voortdurend veranderen. Zelfs de entropie van de platina standaardmeter in het Archief te Parijs is niet stabiel. Het platina verspreidt langzaam door verdamping. De entropie is even fijnvoelend als een vlinder op een vleugje zomerwind.
- Opwarming ΔSθ
Er zijn toestandsveranderingen die warmte nodig hebben om te kunnen gebeuren, bijvoorbeeld het smelten van ijs, andere toestandsveranderingen gebeuren juist doordat warmte aan de Omgeving wordt afgestaan, bijvoorbeeld het bevriezen van water of de vormingwarmte van een chemische reactie. In al deze gevallen wordt de warmte geleverd dan wel opgenomen door de Omgeving θ, in mijn geval de biosfeer. De biosfeer op haar beurt heeft weer een warmterelatie met het heelal. en de meeste warmte-energie wordt ook doorgegeven aan de Omgeving. Deze onduurzame warmte hoef ik niet te verwerken in mijn berekeningen.
Maar als de gemiddelde temperatuur blijvend wordt verhoogd - broeikaseffect - dan zal er geen entropieverandering plaatsvinden, stijgt de temperatuur echter duurzaam, dan wèl. Als je de relatie kent tussen hoeveelheid geëmitteerd broeikasgas en de erdoor veroorzaakte duurzame opwarming van de dampkring, dan kun je met behulp van de bovengenoemde formule dS = dQ/T eenvoudig de ermee gemoeide entropiestijging berekenen.
De chemische reacties in de procesindustrie veroorzaken vaak veel vormingsentropie en reactiewarmte, terwijl de configuratie-entropie van het reactieve systeem daalt. Dit is de oorzaak ervan dat bij veel tovers de configuratie-entropie negatief is. Dat voelt contra-intuïtief, maar dit wordt gecompenseerd doordat bij deze reacties meestal veel warmte ontstaat, hetgeen op zich de entropie van het systeem verhoogt. Echter deze warmte wordt via koelsystemen geloosd naar de biosfeer en vandaar ontwijkt de warmte naar de Omgeving, het eindeloze thermische reservoir. Deze onduurzame warmte-energie heb ik daarom steeds niet in rekeninggebracht, anders zou de entropie van het reactieve systeem veel hoger uitkomen. Hetzelfde geldt voor dat andere broeikasgas dat bij verdamping van oppervlaktewater dan wel bij verbranding ontstaat: waterdamp. De opstijgende waterdamp hoopt zich niet op in de atmosfeer omdat zij daar condenseert tot waterdruppels die naar beneden regenen.
Vorming,spreiding en opwarming. Het interne milieu van de stof. Dat is entropie. Je bent nu voorbereid, je mag doorklikken naar Delftover 0
Met vreugde heb ik vele jaren
IJverig ernaar gestreefd,
Uit te vorsen, te ervaren,
Hoe natuur, al wordend, leeft.
Zie, hoe zich het enig Ene
In de veelheid openbaart.
Klein het grote, groot het kleine
Alles naar zijn eigen aard,
Steeds uiteengaan, samenkomen,
Nabij wordt ver en ver nabij,
Alles vormt zich, vormt zich om; en
Ik hier: ik verwonder mij.
J. W. von Goethe.
BRONNEN
- welke gereedschappen worden ingezet en hoeveel uren per jaar;
- hoeveel arbeiders en hoeveel uren per arbeider per jaar;
- welke grondstoffen/(half)fabrikaten en hoeveel per jaar;
- welke produkten en hoeveel per jaar;
- hoeveel energie fossiel en duurzaam wordt jaarlijks ingezet;
- het produktierecept per produkt;
- de inhoud van de bedrijfshallen in m3 ;
- welke transportmiddelen en hoeveel produktkilometers per jaar;
Deze informatie zou te vinden moeten zijn in de jaarlijkse duurzaamheidsverslagen die bedrijven sinds 2000 meer en meer zijn gaan opstellen. Dit doen zij aan de hand een format dat - voor het eerst in 2000 - door de nonprovit-organisatie GlobalReportingInitiative GRI is uitgebracht. Deze matrix worden regelmatig bijgewerkt en heeft sinds 2016 de status van globale standaard.
- RICHTLIJN 2014/95/EU dd. 2014 inzake het registreren en rapporteren over niet-financiële informatie en informatie over diversiteit door bedrijven is weliswaar door de meeste lidstaten in wetgeving omgezet, maar de richtlijn is erg algemeen geformuleerd en geldt alleen voor bedrijven met meer dan 500 medewerkers; de hierboven bedoelde informatie wordt niet eenduidig door de richtlijn gevraagd;
- Uit concurrentieoverwegingen zijn bedrijven meestal terughoudend met het verschaffen van informatie over hoe het in de keuken van het bedrijf eraan toe gaat;
- slechts bedrijven die zich erop laten voorstaan volledig duurzaam te zijn of daarin voorop te lopen maken gedetailleerde verslagen; andere bedrijven maken gedetailleerde verslagen onder druk van aktiegroepen, omwonenden, lokale overheden;
- duurzaamheidsverslagen worden opgesteld op hetzelfde abstractieniveau als jaarverslagen, dat wil zeggen één verslag jaarlijks voor de gehele ondernemingsrechtspersoon. Voor kleine bedrijven met slechts één vestiging waar geproduceerd wordt werkt dit goed, maar voor multinationals met tientallen fabrieken verspreid over de Aarde leidt dit tot verslagen die weinig tot niets vertellen over een individuele vestiging x in land y;
- de GRI-richtlijn wordt weliswaar regelmatig bijgewerkt en aangevuld, maar schiet niettemin tekort als het gaat om puntig doorvragen naar de hierboven bedoelde gegevens;
Dat valt dus tegen, maar hoe dan wel? Gelukkig is daar het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europeese Commissie. Onderdeel van dit directoraat-generaal is het IPPC Bureau, de dienst voor Integrated Pollution Prevention and Control. Dit bureau stelt gedetailleerde kwantitatieve inventarisaties op van gangbare grote en kleine industriële processen in Europa met daarnaast beschrijvingen van de beste beschikbare technieken BAT (best available techniques), inclusief thermodynamische kengetallen. Echt goed! Al deze informatie wordt gepubliceerd onder de noemer BREF-documents (BAT Reference Documents).

Voorbeeldpagina's uit een BREF-document over de productie van ammonia.
Ook is er nog The Essential Chemical Industry Online, een web-bibliotheek met veel informatie over industriële processen, oorspronkelijk uitgegeven door de Universiteit van York in Engeland. Deze webzij informeert over de gangbare recepturen bij tal van chemische produktieprocessen.
Verder zijn er nog tal van webzijden die technische informatie geven over heel bepaalde technieken en processen. Deze bronnen worden, waar gebruikt, steeds vermeld onderaan de tovers.
~~~~~~~~~~
Het gaat steeds over Physische Chemie!
De warmteleer is een typisch fenomeen uit het tijdperk van de stoommachines en kreeg in dat tijdperk met als belangrijke pioniers Boltzmann en Gibbs haar grondvorm. Sindsdien is de thermodynamica uitgegroeid tot de conceptuele basis voor met name wis- en natuurkunde en scheikunde. De scheikunde verdiepte zich met de discipline physische chemie, die bij de berekening van al de tovers van deze webzijde een belangrijke rol speelt. Het is entropische analyse. Ook Nederlandse wetenschappers hebben aan de ontwikkeling van de physische chemie bijgedragen. Namen: Van der Waals, Van 't Hoff en Lorentz. Van 't Hoff richtte in 1887 samen met Ostwald het Zeitschrift für physikalische Chemie op. Ik kan het niet laten enige Nederlanders te noemen die over de warmteleer schreven en daarbij opvielen. Hier komen ze:

In 1908 werd uit de leerstoel van Van der Waals de leerstoel Thermodynamica afgesplitst en Philipp Kohnstamm werd de eerste hoogleraar die daarop plaats mocht nemen. In later jaren werd hij een vernieuwer op het terrein van de pedagogiek. Reden waarom de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen hem vroeg om voor de Wereldbibliotheek - de Maatschappij voor goedkope en goede lectuur - een voor de arbeider begrijpelijke verhandeling te schrijven over dit betrekkelijk nieuwe en intrigerende kennisveld.
"Thermodynamica" door Dr. H.A. Lorentz, lessen over Theoretische Natuurkunde, E.J. Brill 1929;

"Entropie en Waarschijnlijkheid" door Dr. H.A. Lorentz, lessen over Theoretische Natuurkunde, E.J.
Brill 1923.
De lessen zelf gaf Hendrik Lorentz al in 1910-1911. In die tijd was de statistische verklaring van het begrip entropie door Ludwig Boltzmann nog tamelijk nieuw. In zijn verhandeling over entropie spreekt Lorentz bij dit onderdeel steeds een beetje voorzichtig van de 'methode Boltzmann'. Overigens:hij kende Boltzmann persoonlijk, correspondeerde met hem en steunde diens 'methode'.
"De beide hoofdwetten der Thermodynamica en hare voornaamste toepassingen" door Dr. G.L de Haas-Lorentz, Martinus Nijhoff 1938; 
Geertruida Lorentz - dochter van de beroemde vader - schreef dit werk volgens haar persoonlijke opvattingen over didactiek die afweken van wat toen in de meeste leerboeken gangbaar was. Dit deed zij in nauw overleg met Tatiana Afanassjewa, de vrouw van Paul Ehrenfest die Hendrik Lorentz was opgevolgd. Interessant is haar behandeling van de niet-waarneembare grootheid X die dan naderhand de entropie blijkt te zijn. In het artikel Gereedschappen wordt het begrip entropie met behulp van deze methode uitgelegd - een behandeling die doet denken aan de leermethoden van Friedrich Fröbel en in zijn kielzog Maria Montessori, die begin vorige eeuw in zwang kwamen.
"Thermodynamica en statistiek in de chemie" door Dr. J. Zernike, Kluwer Deventer 1942; 




De inhoud van deze leerboeken is niet altijd gezellig omdat het eigenlijk een saai onderwerp is, bijna net zo saai als klassieke ekonomie.
Maar deze schijn bedriegt, het wezen is vol kleur en smaak. De schijn is slechts de werkelijkheid, het wezen is de ingewikkeldheid.
DE INZETFACTOR
In het artikel Gereedschappen is de inzetfactor opgevoerd om daarmee de inzet van een gereedschap per eenheidsprodukt te kunnen berekenen. Maar hoe bepaal je de inzetfactor als met een enkele fabriek twee of meer verschillende produkten worden aangemaakt uit dezelfde grondstof. Wat is dan de inzetfactor van het gereedschap Fabriek per produkt? Welk gedeelte van de totale toestandsverandering, uitgedrukt in tovers, ken je toe per produkt?
Om dat te kunnen heb je voor ieder produkt een inzetfactor nodig. Deze factor is gedefiniëerd als het quotient van de eigenwaarde van het betreffende eenheidsprodukt en de som van de eigenwaarden van de verschillende simultane produkten.
Hoe bepaal je de inzetfactor in de praktijk? Dat laat ik je zien aan de hand van een eenvoudig geïntegreerd produktieproces, te weten de simultane produktie van waterstof en zuurstof uit water door middel van elektrolyse. Dat heb je op school vast wel gehad.

Eerst de prijs van een ton waterstof, het eenheidsprodukt. Daarvoor stellen we het Overzicht op:

Nog beter: het waardeloos worden van de hoogste waarden.

