Villa Entropie 2

                                                                                  NU IK DIT WEET.

Het is gelukt! Na maanden en maanden dagen en nachten puzzelen en peinzen is het klaar. Mijn eigen afspeeltover is af, nou ja helemaal af kan het nooit zijn en er ontbreken best nog wel toverslagen, bijvoorbeeld mijn treinreizen, maar toch: het basispakket staat erop en het saldo komt uit op 3c15*107  In de bijlagen van dit blog kun je nalezen hoe alles is is opgebouwd en berekend en in Tovers kan per doorgevoerde toestandsverandering detailinformatie worden bekeken.

Een superpositie van delftovers, maaktovers, aanmaaktovers en afspeeltovers en zelf ben ik weer een component van andere superposities. Het begint zolangzamerhand een hele stapel te worden, een verzameling van entropische informatie over toestandsveranderingen. Ik treed in de voetsporen van Diderot met zijn encyclopedisten, ik bouw de eerste entropedie.  Dit is het begin van een entropisch kadaster.

Mijn afspeeltover bestaat nu uit een optelsom van tenminste 50 toverslagen, maar die zijn nog niet allemaal uitgerekend, de som komt voorlopig uit op grootte-orde Tover1,5*103/mensleefdag. Daar kan nog wel wat bijkomen, maar reeds nu is te zien dat het leven van een doorsnee westerse mens een kolossale prijs heeft. Vergelijk dat eens met het aanmaken van één ton staal op klassieke wijze à Tover4*104 Ook al zijn er grote onnauwkeurigheden in de schattingen, dan nog kunnen we er niet omheen dat de entropieverhoging die nodig is in de biosfeer om een mens anno 20.. één dag te laten leven van dezelfde grootte-orde is als de verhoging die nodig is voor het winnen van één kilo zuiver staal uit de aardkorst. Je gaat je schamen om mens te zijn. Vergelijk dat eens met het leven van een aap: die redt het met een paar bananen per dag!

Dit enorme verschil kan ik niet goed bevatten. Ik heb tijdens de berekeningen vaak gezien dat het exponentiele karakter van de entropie tot flinke sprongen kan leiden - denk maar aan de ballenbak - maar dit?! Heb ik een denkfout gemaakt bij het opbouwen van mijn methode? Heb ik gewoon domme rekenfouten gemaakt? Of is het alleen maar juist? Het bange gevoel bekruipt mij dat het resultaat gewoon juist is.

Ik besef opnieuw dat de duurzame prijs van een ding veel hoger is dan de intrinsieke waarde ervan. Het pandgeld van mijn lijf bedraagt bij benadering
Tover1000 , een fractie van de prijs van het afspelen ervan. Er zijn geen andere kapitaalgoederen te bedenken waaraan tijdens hun leven zoveel wordt uitgegeven om ze in stand te houden, dus dat de entropie ervan op een bepaald niveau wordt gehouden. Ziehier meteen ook dat dit lokale conservatisme in de Omgeving juist enorme veranderingen geeft.

                                                                                                                   --------------------------------------------

Deze zomer met zijn moordende hitte was een koortsdroom, een hel. Maar nu eindelijk, eind augustus, is de temperatuur onder de 20°C gedaald.
Ik heb mijn tafel naar binnen verhuisd, de laptop staat uit en ik kijk uit op de vaart.Tafel en stoel Eindelijk rust. Het werk is gedaan, net op tijd want mijn tussenjaar is bijna voorbij, over een paar weken beginnen de colleges en zal ik mij weer onder professoren begeven.
Het zicht op de vaart is altijd zo mooi. Het riet bloeit nu, de rietpluimen zijn een zee van violet en lilla die zacht deint op de wind, als  de zacht ruisende rokken van moeder natuur op haar ochtendwandeling langs het water. Het geheimzinnige riet waarin zich zoveel verbergt.
 
Straks komen Jannes en Iris op de thee, want ik heb ze uitgenodigd om mijn kleine feestje mee te vieren. Ik verheug me op hun komst en heb een doos tompoezen van de lokale bakker klaar staan om Jannes blij mee te maken want daar is hij dol op, maar tegelijkertijd heb ik ook kleine zorgjes over Jannes. De laatste keer dat we elkaar zagen - nu bijna een jaar geleden - zag hij er slecht uit en vertelde dat hij ontslag had genomen bij de Dienst C&D. Hoezo, vroeg ik en hij vertelde hortend en stotend met dat wanhopige wat ik me nog zo goed herinner van onze Delftse jaren dat het niet meer ging, dat hij niet meer wilde, niet meer kon. Dat hij niet dezelfde carrieredood wilde sterven als zijn vriend en collega van Ekonomische Zaken, een zekere Pilo, waarvan ik de achternaam kwijt ben. Nee en nog eens nee! Hij was voor zichzelf begonnen, zo was dat, met een thermodynamisch ingenieursbureau, gespecialiseerd in entropieverlagende technieken. En hij wilde een vereniging oprichten. Een vereniging van mensen die entropie-neutraal huishouden. Hij wilde...
                                                                                             ------------------------------
Maar wat wil ik zèlf nu ik dit weet. Nu ik weet hoe entropiserend ik leef, nu ik weet hoe vliesdun de biosfeer is, hoe teer de aardse schoonheid, hoe kwetsbaar haar groene mantel, haar blauwe sluier - nu weet de geleerde professor het even niet meer en merkt dat hij heimelijk nieuwsgierig is naar wat Jannes en Iris vinden. Jannes de ingenieur, Iris boodschapster der goden...  
                                                                                                                             
Sinds ik het weet...
Sinds ik het weet - ik weet het wel, ofschoon
Nog onder ons angstvallig wordt ontweken,
Het booze woord te noemen, dat bij 't spreken
Licht ruw of wat onzuiver klinkt van toon, -
 
Sinds ik het weet, werd mij de overvloed,
De schoonheid en de zoetheid aller dingen,
Die mij alom omgeuren en omringen,
Nog wèl zoo liefelijk en wèl zoo zoet,
 
Sinds ik het weet, schijnt mij de atmosfeer
Doorwasemd en doorgeurd van zoele togen,
Het is of ieder zintuig en vermogen
Nog fijner werd en scherper dan weleer,
 
Sinds ik het weet, treed ik, wien ik ontmoet,
Den vreemden en den vrienden op mijn wegen,
Ontroerder en vertrouwelijker tegen,
En 'k groet ze met een vriendelijker groet,
 
Sinds ik het weet, is God mij meer nabij
En vaak, in d'ernst van 't aardsche spel verloren,
Zoo ernstig en zoo diep als ooit te voren,
Gevoel ik plots Gods glimlach over mij.
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     Jacqueline van der Waals