17 JAAR
Delft, woensdagmiddag 12 September 1965.
De Zon scheen met gouden stralen.
Het was zo'n dag waarop het nog zomer is, maar de herfst in stilte voorbereidingen treft.
Van de Novitiaatscommissie had een groepje novieten, waaronder Jannes Lokaal, opdracht gekregen om de roos van het hoofd van Hugo Grotius weg te halen. Met behulp van een ladder beklommen zij het standbeeld dat toen nog naast de hoofdingang van de Nieuwe Kerk stond en gingen met boender en zeep aan de slag.
Er was wel plaats voor vier foeten op hoofd en schouders van Huug.
Onder streng toezicht van enige NC-leden, die zich naast de sokkel prettig hadden geïnstalleerd in een paar fauteuils, voerden zij hun opdracht uit. Straks, als ze klaar waren, schreef het mos voor dat ze het zeepsop met de duiveschijt over de NC zouden uitstorten.
Jannes was eerst helemaal niet van plan geweest om zich in te schrijven voor een gezelligheidsvereniging, maar Rie, zijn moeder, zei hem dat het moest. Juist jij hebt dat nodig Jannes, drong zij aan, je moet je geven! Dus hij had zich opgegeven, had zich feilloos laten kaalscheren bij kapper Koeslag aan het Oosteinde en had zich, voorzien van een brasjasje waarin een groenboekje, een doosje rukwinden en een doosje wybertjes tegen de onvermijdelijke verkoudheid, op 10 september om 20 uur naar de societeit begeven om toch maar mee te doen.
Naast Jannes zat een lange magere jongen wiens opvallend grote kaalgeschoren hoofd wit oplichtte in de zon, waardoor zijn stralende ogen des te meer opvielen. Wat vreemd, dacht Jannes, wat een wonderlijk toeval om iemand zo voor het eerst te ontmoeten. Het was een aparte met de typische naam Helder Blou en met een oogopslag alsof er een röntgenbuis aanging. Als zij elkaar recht in de ogen keken kreeg Jannes het gevoel alsof hij werd doorgelicht.
Daar kwam het draaiorgel van de Molslaan aan. Het was nog een orgel met handbediening waar Amerikaanse toeristen zo dol op zijn. De orgeldraaier legde een nieuw boek op en speciaal voor de aanwezige Japanners en Amerikanen op het terras van café Monopole klonk even later 'Ik hou van Holland' over de Markt van Delft.
Vanaf Hugo was er goed zicht op het orgel, dat systematisch de terrasjes afging. Met veel gevoel draaide de orgelman aan het wiel en het klompedansje deinde langs de Hollandse geveltjes. De reinigingsploeg op Huug onderbrak het vermoeiende werk om te luisteren. Het mooie plein, de prachtige toren, het oude stadhuis, de muziek - het raakte Jannes. Zoiets was ongezien in het stadje aan de rand van het land waar hij vandaan kwam. Dat dit ook Delft was had hij niet zien aankomen.
'Sfeertje' bracht hij uit.
"Als je nou dat orgelboek met die gatencode gelijk stelt aan een chromosoom met menselijke genen erin, .. dan is het draaiorgel hetzelfde als het enzym dat de genen leest en de celdelingen aanstuurt .. en dan is de muziek het menselijk lichaam ... en duurt het liedje even lang als een mensenleven.' zei hij en peuterde wat aan zijn groenstrikje.
'Weet je,' vervolgde hij, 'het orgel leest het boek en weet dan op welke pijpen het moet blazen. Iedere regel met gaten in het boek zet het orgel in een nieuwe toestand om te blazen, het is eigenlijk een lijst met orgeltoestanden. het orgel doorloopt toestandsveranderingen'
'En de orgelman dan?' vroeg hij.
'Die is dan de Zon' zei Helder.
'En God dan?' vroeg Jannes weer.
'Dat woord heb je van je moeder geleerd. Dat staat niet in je genen, dat is je niet aangeboren.' zei Helder.
'Maar wie heeft dat orgelboek dan gemaakt?!' hield Jannes aan.
'De orgelman toch' antwoordde Helder.
Jannes ging weg- en waterbouwkunde studeren, niet zozeer om de wegen, maar om het water, want daar was iets mee.
Beneden kwam een mooi blondje langs. Daar zit muziek in, grapte een foet die had meegeluisterd.
---
Toen het werk klaar was en de NC natgegooid, werd de boel opgeruimd en sjouwde de reinigingsploeg de ladder, de emmers en de fauteuils met de NC erin terug naar de sociëteit. De iepen langs de Voldersgracht hadden al een enkel geel blaadje en op de brug van de Cameretten werd een bruidspaartje gefotografeerd.
'Dus mijn lichaam leeft zijn leven doordat mijn chromosomen-orgelboek wordt afgedraaid.' probeerde Jannes Helder te begrijpen..
Helder keek hem stralend aan.
'Scherpe reactie voor een civiel' sprak hij waarderend,
'en op de chromosomen staat je aangeboren kennis in de vorm van genen, net zo als de gaten de informatie vormen in het orgelboek.'
'Dus informatie is de vorm of de kleur of het gewicht van de stof ' stelde Jannes vast met een tevreden knikje .
'Precies' zei Helder,'alles is dus informatie.
'Kennis is orgelboekachtige informatie die met behulp van een draaiorgel kan uitlopen op muziek. Dat noemen ze recursie. Kennis is code. Lekker compact, handig om te bewaren, bijvoorbeeld in je genen of je geheugen. Maar er bestaat alleen code als er ook iemand bestaat die hem kan lezen.'
'Zo.’ sprak Jannes bedachtzaam.
'En het draaiorgel werkt uitsluitend met aangeboren kennis' vervolgde Helder geestdriftig,'want de muziek heeft geen geheugen! Ieder orgelboek is weer nieuw. De muziek kan zichzelf niets erbij leren. Daarom zijn demente mensen zo goed met muziek.'
'Jazo.' bevestigde Jannes. 'De muziek wordt steeds opnieuw geboren.' Maar hij vroeg zich af of dit zijn begrip niet te boven ging. Prachtig!
