Roeren en Mengen (1)
Voordat ik concreet in ga op de post Roeren en Mengen van het recept ga ik je eerst uitleggen waarom die post 'Roeren en Mengen' heet en niet 'Mengen en Roeren'. Waarom heb ik als ikonen een vlam en een mixer gekozen?
De beits en de politoer, waarmee mijn vader zijn meubels afwerkte, mengde hij zelf. Hij hield er niet van om zijn lakken en beitsen in een winkel te kopen. Fabriekswerk deugde niet, zijn eigen recepten waren beter. Die stonden op kladjes, geprikt op de binnenkant van de deur van een groot kabinet achterin de werkplaats. Dit bestofte schrijnwerk bevatte blikken en potten met vaders eigen geheime elixers.
Daar lag ook een beduimeld boekje dat hij zo nu en dan raadpleegde. Het boekje heette Mengen en Roeren, geschreven door drs. L.P. Edel en in 1936 in het licht gebracht. Het bevatte 2000 populaire chemische recepten voor iedereen. Mijn vaders aandacht ging vooral uit naar hoofdstuk VI : Olielak - Nitrolak - Spirituslak- Huisverven - Moffellak - Waterverf - Afbijtmiddelen - Houtbeitsen. Dit hoofdstuk bevatte wel honderd recepten gaande van poriënvuller via pianolak en boekbinderslak naar lak voor botervaatjes en carbolineum voor pissoirs. Kom daar nu eens om, zei vader. Ook mijn moeder greep wel eens naar dit boekje, maar dan ging het om het bereiden van frambozenbrandewijn, jeneverolie en perzikbowl, dat stond weer in een ander hoofdstuk. Dan was er iemand jarig. Als derde-klasser op de Rijks-HBS las ik nieuwsgierig hoofdstuk XVIII Allerlei, waarin het bereiden van buskruit en dynamiet wordt beschreven, een interessante aanvulling op de scheikundeles op school, waar de leraar het niet verder bracht dan het afsteken van een beetje knalgas dat hij met het toestel van Kipp had bereid.
Maar ik dwaal af. Waar het mij om gaat is de titel van het boekje: Mengen en Roeren. Daar zit ik mee, want ik ben van mening dat het juister is te spreken van Roeren en Mengen en ik zal uitleggen waarom.
Dat kan het beste aan de hand van rode en groene biljartballen gelegen op een vlak blauw biljart. Aan de linkerkant van de tafel leg ik de rode ballen netjes geordend neer. Zo dus:

Toestand 1
Nu ga ik de ballen beroeren, bijvoorbeeld door hier en daar met een hamer een tikje uit te delen. Dan gebeurt er dit:

Toestand 2
De ballen gaan bewegen, botsen met elkaar, met de stootrand en spreiden. Dit het enige wat mogelijk is. Krimpen kan niet, comprimeren kan niet, de enige vrijheidsgraad is spreiding. Verstrooiing. Mobiliteit. Verplaatsing.
Nu doe ik hetzelfde met de groene ballen, alleen deze keer rechts op de tafel:

Toestand 4- zij spreiden.
Tot nu toe heb ik alleen maar geroerd, maar gek is dat: er is nog steeds geen mengsel ontstaan. Een mengsel krijg ik pas als ik superponeer, als ik toestand 1 en toestand 3 bij elkaar optel, dus zo:

Toestand 5
Nu ga ik rood en groen beroeren.Rood en groen gaan nu dus tegelijk spreiden :

Toestand 6
En kijk: zij verspreiden zich in elkaar. Ofwel, zij mengen. Je hebt nu wel begrepen dat je eerst moet roeren om te mengen. Dat mengen is niet anders dan gesuperponeerd spreiden van meerdere stoffen. Toestand 2 + Toestand 4 = Toestand 6.
Een vraag die sinds jaren de gemoederen bezig houdt is deze: Als ik in Toestand 6 doorga met roeren ontstaat dan weer een keer Toestand 5? De Tweede Hoofdwet zegt Nee, want volgens deze wet zoekt een systeem altijd zijn meest waarschijnlijke toestand op en Toestand 6 lijkt waarschijnlijker dan Toestand 5. Toch is het juiste antwoord Ja. Let op:
Beschouw een enkele dobbelsteen.
Aantal mogelijke toestanden ( hier: worpen) m = 6
Beschouw 2 dobbelstenen.
Aantal mogelijke toestanden m = 6N = 36 met N is aantal deeltjes (hier: dobbelstenen) in het systeem.
Beschouw biljarttafel met 50 rode en 50 groene ballen zonder tussenruimte opeengepakt , dat is Toestand 6.
Aantal mogelijke toestanden m = 100! / (50! x 50!) = 1,01 x 1029 waarbij n! = 1x2x3x..xn
Beschouw een biljarttafel met 50 genummerde en 50 rode ballen zonder tussenruimte opeengepakt.
Aantal mogelijke toestanden m = 100! / 50! = 3 x 1093
Beschouw biljarttafel met honderd genummerde ballen, zonder tussenruimte opeengepakt.
Aantal mogelijke toestanden (ordeningen van de ballen) m = 100 x 99 x 98 x ...x 1 = 100! = 9,333 x 10157.
Stel dat door het roeren Toestand 5 op een zeker moment overgaat in Toestand 6 en daarna iedere seconde een andere toestand in de ordening van de ballen ontstaat, dan moet ik gemiddeld 1029 seconden ofwel 3 x 1021 jaar doorgaan met roeren voordat Toestand 5 zich weer een keer voordoet. Dat komt omdat MacroToestand 6 zo verschikkelijk veel microtoestanden voor de interne ordening kent, waarvan Toestand 5 er maar eentje is.
Dus de Tweede Hoofdwet, die zegt dat de eindtoestand onverbiddelijk de gemengde Toestand 6 is, regeert streng maar niet absoluut. Ja, het kan wél, de ontmengde toestand 5 kan nog eens optreden, maar dan moet je wel heel erg lang wachten, veel langer dan het heelal bestaat, en je weet niet zeker of het soms nog langer gaat duren. Immers, met een dobbelsteen wil het soms ook maar niet lukken om 6 te gooien. De Tweede Hoofdwet is de wet van het grote geduld. Zet een stoel aan een tafel in een kamer. En wacht. Het zal je dan ooit een keer gebeuren dat de stoel gedurende een fractie van een seconde bovenop de tafel staat in plaats van ernaast. De konsekwentie van dit alles is dat er vóór die zogenaamde oerknal ook al iets bestond. Was er wel een oerknal?
De eerste, die deze begrenzing van het determinisme doorzag, was Willard Gibbs: in 1876 bracht hij zijn inzicht onder woorden met de uitspraak "the impossibility of an uncompensated decrease of entropy seems to be reduced to improbability".
Maar er zijn altijd al mensen geweest die intuïtief wisten dat de mogelijkheid tot collectie nooit helemaal is uitgesloten. Bijvoorbeeld de Fransman Denis Diderot, 1713-1784. Deze ‘vitalistische materialist’ geloofde in drie niveaus van leven: dat van het hele dier, van de organen en tenslotte van de ‘moleculen’. Bij het doodgaan van een wezen zouden de laatste niet afsterven en in losse vorm blijven voortbestaan. De onsterflijke moleculen komen terug in de beroemde passage uit een brief aan zijn geliefde Sophie Volland. Hij hoopt dat de uiteen gevallen deeltjes van zijn lichaam zich ooit, eeuwen later, zullen verenigen met die van haar. Misschien is het een hersenspinsel, maar zou niet hun onderlinge affectie deze deeltjes opnieuw bij elkaar kunnen brengen? ‘Oh mijn Sophie,’ schreef hij op 15 oktober 1759, ‘voor mij blijft de hoop bestaan om je aan te raken, je te voelen, je lief te hebben, je te zoeken, mij met je te verenigen, mij met jou te laten samensmelten als wij er niet meer zullen zijn!’
Weer omhoog. Het is dus Roeren en Mengen.
En dan de ikonen: Het ikoon voor Roeren is een vlam, want roeren is in beweging brengen is warmte toedienen. Het ikoon voor Mengen is een slagroomklopper; slagroom is immers room, suiker en lucht met elkaar gemengd.
