Wonder, o wonder, dat dit plaatje bewaard bleef. 1950 Jannes
1950. Drie jaar oud. De jongste, alhoewel: de reden dat hij daar in die teil zat was dat zijn moeder even daarvoor een miskraam had gekregen en twee maanden bed moest houden, waardoor het nodig werd kleine Jannes uit te besteden bij een tante die nog geen kinderen had. Acht maanden was hij niet de jongste geweest.
Maar goed, toch, ziehier Jannes in een teil met water, het prijskaartje hangt er nog aan. Tegen de achtegrond van een snelgebouwde woningwetwoning, kwaliteit naoorlogs, waarvan de cement nog nat is. Babyboomer Jannes geeft acte de présence. Vleesgeworden Marshall-hulp.
Tante had het goed gezien toen zij dat teiltje voor hem kocht: Jannes was vanaf dag één een dingenmens, altijd bezig met dingen zonder aandacht te schenken aan de mensen om zich heen. Altijd bezig om iets te onderzoeken, te maken, te scheppen. Een denkertje. Scheppend denken, denkend doen was toen ook al het devies van het Koninklijk Instituut voor Ingenieurs. Kleine Jannes was als aspirant-lid geboren.
Kijk! Jannes leert dat water van hoog naar laag loopt, hij voelt de temperatuur, de opdrijvende kracht van Archimedes, hij levert de verdampingswarmte en kan er door heen kijken. Hij wil weten hoe het in elkaar zit. Belangrijkste waarneming: water loopt weg.
Niet op de foto: de blokkendoos in huis. Een kist vol kleurige blokken waar Jannes mozaïken mee legde fraaier dan die van Piet Mondriaan. Jannes deed het zelfs drie-dimensionaal door heel bijzondere sculpturen te bouwen.
Het samenvoegen tot iets, ja wat, dat was zijn talent. Hij legde puzzels van duizend stukjes, hij maakte een lange slang van lege luciferdoosjes, hij reeg met ragfijne kraaltjes van tante een lange ketting, en zo met alles. Tegenwoordig noemen ze zo iemand hoogbegaafd, een eigenschap die hem in zijn leven nog veel verdriet zou geven. Ach, hadden ze het lelijke jonge eendje maar meteen verteld dat het later een zwaan zou worden, dan was het allemaal anders verlopen.
Kijk nog eens naar de foto: Jannes wil niet dat het water wegloopt, hij probeert het op te vangen in een blikje. Dit is Jannes’ eerste aanvaring met de Tweede Hoofdwet van de Thermodynamica.