Εντροπικον
Definieer systeem als het aan mijn waarneming onderworpen gedeelte van het universum. Beschouw nu het systeem Entropikon, de toestand van het Entropikon schrijven wij als [E>. Het Entropikon bevindt zich in een toestand met een oneindig aftelbaar aantal eigenschappen [Xi> , elk met waarde xi . Deze toestand laat zich beschrijven als een lijst van deze waarden, dus [E> = [x1, ..xi,..x∞>.
Er is in het Entropikon één eigenschap allomtegenwoordig, te weten de oer-eigenschap met eigenwaarde ∞. Het aantal deelsystemen met slechts deze enkele oer-eigenschap is aftelbaar oneindig en overheerst getalsmatig de andere deelsystemen. De oereigenschap is om twee redenen voor de mens niet waarneembaar, ondanks de inzet van al 's mensen vernuft. Allereerst: de waarnemer dient zich buiten het systeem te plaatsen om het te kunnen waarnemen, maar de oereigenschap is in alle deelsystemen, dus dat gaat niet. En dan: waarnemen is informatie-overdracht en de waarnemer kan alleen informatie inwinnen als het meetgereedschap van de waarnemer met minder eigenschappen meet dan het waar te nemen object bezit. Immers, met de meter kan men geen millimeters 'zien', maar met de millimeter kan wel een meter worden 'gezien'. Dat is nodig omdat informatie op zich ook een systeem in een toestand met eigenschappen is en de waarnemer kan alleen maar informatie van de de informant overnemen als hij zelf minder informatie bezit, anders gebeurt het omgekeerde en neemt de informant de waarnemer waar. Om de enkele oer-eigenschap waar te nemen is dus een meetsysteem zonder eigenschappen nodig en dat is strijdig met het gegeven dat een systeem bestaat uit zijn eigenschap(pen).
De oer-eigenschap kan niet anders zijn dan een beweginkje met oneindige snelheid dat zich dus oneindig snel verplaatst. Het botst niet met andere beweginkjes omdat het oneindig klein is. Zo is het Entropikon één en al beweging, eindeloos uitgestrekt en oneindig gespreid. Volkomen homogeen, geen enkele ongelijkheid. Tijdloos. Door de oneindige snelle verplaatsing zijn de beweginkjes overal onmiddellijk en vallen daardoor samen tot één enkel beweginkje. Dit is de enig juiste verklaring voor het bestaan van Fernwirkung, ofwel onmiddellijke werking op afstand, een fenomeen uit de quantummechanica waar Albert Einstein niet aan wilde, hij vond het spukhaft. Volgens hem moesten er verborgen variabelen zijn waarmee het kon worden verklaard. Mischien zou Albert de oer-eigenschap als verborgen variabele wel hebben willen overwegen?

Hoeveel eigenschappen heeft een gemiddelde mens? Hoe tel je die? Natuurlijk is dat de entropie van het menselijk lichaam geteld in Joules per graad Kelvin. Zo wordt het woord eigenschap vastgeklonken in eenduidige betekenis.
De consequentie van ons gedachtenexperiment is dat er ontelbaar veel oerknallen plaatsvonden en nog plaatsvinden. Omgekeerde oerknallen vinden ook plaats, de zwarte gaten dus. Een zwart gat verzamelt eigenschappen, dat lijkt strijdig met de tweede Hoofdwet die juist verspreiding eist, maar dit wordt opgelost doordat het zwarte gat de opgenomen eigenschappen ontbindt tot oer-eigenschappen die zich onmiddellijk onwaarneembaar verspreiden. Dat het zwarte gat daarbij toch weer waarneembare straling uitzendt komt door dat een klein deel van de vrijkomende oer-eigenschappen volgens de regels van de statistiek elkaar meteen alweer treft en andere eigenschappen geeft in de vorm van straling.
