20 JAAR
Tot zijn eigen verbazing lukte het Helder niet om Jannes' vraag te beantwoorden. Niets stelde Jannes tevreden. Dat krachten eigenlijk wisselwerkingen waren waarbij boodschapperdeeltjes werden uitgewisseld, wuifde Jannes weg met de vraag wie of wat zo'n deeltje dan had verteld om op reis te gaan en dat wist Helder niet. In een uiterste poging stelde hij een schema op van de vier elementaire wisselwerkingen: de sterke- , de zwakke-, de elektromagnetische- en de zwaartekracht-wisselwerking, maar dat hielp ook niet, integendeel, hij moest toegeven dat het graviton niet was aangetoont, dat de zwaartekracht alleen maar kon trekken en niet duwen en dat van de alle deeltjes alleen hun werking was aangetoont, maar niet het deeltje zelf.
'Dat is ook onmogelijk', kwam Jannes op een avond tijdens een spelletje schaak met op de achtergrond het tweede pianoconsert van Brahms in stereo van een lp uit de discotheek op een platenspeler met twee oude radio's als versterker, 'want om het kleinste deeltje waar te nemen heb je een nog kleiner deeltje nodig en dat is een paradox.'
'Er bestaat geen deeltje met de eigenschap kracht.'
'Het woord deeltje is ook al onbevredigend, het is eerder alleen maar beweging of trilling. Een foton is geen deeltje, je kunt het niet eens stil zetten'.
Zo ging Jannes maar door, ongemerkt waren de rollen omgedraaid en nadat hij het schaakspelletje toch wel gewonnen had liep Helder met een hoofd vol problemen terug naar de Koornmarkt.
Het was toen alweer geruime tijd nadat Jannes zijn moeder langs kwam. Het einde van het derde studiejaar kwam in zicht en de laatste tentamens werden afgenomen. Jannes haalde onder meer voor Vloeistofmechanica een 8 en voor het gevreesde Toegepaste Mechanica in één keer een 6 waar andere studenten minstens twee pogingen nodig hadden. Na afloop ging hij anderhalve maand via een koppelbaas - één van de eerste uitzendbureau's - werken bij een zeepfabriek van Unilever in de Botlek waar tonnetjes Persil van de lopende band kwamen. In de nachtdienst van 22 tot 8 uur omdat dat beter verdiende en de managers er niet waren. Dit ter aanvulling van het renteloos voorschot dat tekort schoot. Helder vertrok op de fiets naar Parijs om daar de standaard-kilogram te gaan bezichtigen in het Musée des Arts et Metiers.
Door al deze drukte kwam Jannes niet verder met het begrip 'kracht' en ook dat andere woord 'entropie' wilde maar niet uit zijn hoofd gaan. De verhouding met Helder was hierdoor belast geraakt en Jannes sprak toch al zo weinig mensen, het was zijn aard niet, maar onbewust leed hij er onder. Hij schuwde de andere twee bewoners boven de ijssalon, kwam weinig meer op de societeit en leed aan hoofdpijn. Hij zat vast. Terwijl anderen de zomer genoten en Helder langs jeugdherbergen fietste en interessante mensen ontmoette, stond hij 's nachts aan de lopende band, lag overdag verdoofd in bed en kwam tot niets.
Dit kon zo niet langer, dit kon echt niet meer en de goden zèlf gingen zich met de zaak bemoeien. Zij zonden hem een boodschapster.
-------------------
Dat najaar stond in het teken van het elfde lumstrum van de gezelligheidsvereniging van Jannes. Hoogtepunt van de festiviteiten was het galabal in kasteel De Wittenburg in Wassenaar. Ongelooflijk, maar zo was het.
Wie was, wie waren het die Jannes' hand stuurden toen hij zijn wekelijkse briefkaart aan zijn moeder zo maar zonder dat hij het wilde eindigde met P.S. wilt u het adres op te zoeken van Iris Groenhart, u weet wel die vroeger ook aan de kade woonde, want ik zou graag .. H.Gr.Jannes.
----------------------------
Zaterdag 21 September 1968, 's middags om drie uur.
Op het perron van het station van Delft stonden wat mensen te wachten op de stoptrein uit Rotterdam. Onder hen bevond zich een sjofele jongen in een verschoten regenjas, broek met knieën en uitgelopen schoenen. Hij maakte een zenuwachtige indruk, stond geen ogenblik stil en beet op zijn nagels. Daar kwam de stoptrein aan. Er kwam beweging onder de mensen op het perron, men liep naar voren om in de trein te kunnen stappen. Alleen Jannes niet, want die was het, hij bleef achter, hij hoefde niet mee, hij wachtte iemand op. Scherp bekeek hij de mensen die uitstapten, hoe zou ze eruit zien na al die jaren? Maar hoe hij ook zocht, er stapten geen vrouwen uit, alleen maar mannen en dan vooral studenten want wat wil je: Delft en vrouwen? Ach kom. Het perron begon alweer leeg te raken, de laatste nakomers stapten in, de conducteur keek op zijn horloge en zocht zijn fluitje op. Verdomme, dacht Jannes, niemand! en hij wilde zich omdraaien om maar weer terug te gaan - toen hij achteraan op het perron ineens nog een figuurtje ontwaarde, daar kwam een jonge vrouw aangelopen.. Hij had haar sinds de tweede klas van de lagere school nooit meer gezien, toch zag hij het meteen, zij was het!! Zijn adem stokte, er voer een heftige schok door hem heen en gedreven door een immense kracht die zijn hele lijf in bezit had genomen rende hij naar haar toe.
'Iris! O Iris je bent gekomen!'
-----------------
Iris was mooi.
Zij had donkerblond golvend haar, waarin altijd op dezelfde plaats een scheiding viel. Een scheiding die boven haar voorhoofd begon met een sprongetje, een dwarrel noemde zij dat, en eindigde op haar achterhoofd met een eigenwijs kruintje dat net tegen de dwarrel indraaide.
Ze had een karaktervol levendig gezicht dat eerder rond dan langwerpig was, met onder fijne wenkbrauwen twee ogen waarop ik nooit uitgekeken raakte.
Het waren grote ronde ogen met irissen van licht fonkelend goudbruin, waarin zwarte spikkeltjes als miniscule gitjes waren gebed. Maar als de zon erin scheen gebeurde het wonder dat het barnsteen verschoot tot groen smaragd en het ondoorgrondelijke kreeg van de blik van een sphinx.
's Avonds daarentegen, als met de schemering de tover van de nacht kwam, werden haar ogen bijna zwart; groot fluwelig glanzend zwart.
O Iris, het raaisel van uw ogen! Het is groene kunst.
Achter deze ogen waakte een fijngevoelig gemoed. Het was vol intuïtie, onnavolgbaar snel, beweeglijk als een ree in het woud. Voor mijn rationele geest was het verrassend en tot nadenken stemmend hoe iedere keer dit a-technische vernuft rake opmerkingen maakte en juiste conclusies trok. Soms leek het wel of Iris helderziend was, zo onmiddellijk doorzag zij ontwikkelingen en voorzag er de afloop van. Dit had wel eens tot gevolg dat Iris terugdeinsde voor het ondernemen van aktiviteiten. Maar misschien was dit ook wel het gevolg van haar vroege ervaring, dat het leven onverwacht groot ongeluk en verdriet kan brengen. Daarom was zij ook terughoudend in het leggen van contacten en het geven van vertrouwen. Dat zou ik nog merken.
Dus vormden wij een afwijkend tweetal. Een beetje mensenvreemd, een beetje schuw en wild zou men zeggen. Met een fijne kieskeurige smaak, scherp kritisch op alles, ook op onszelf. Verbaasd rondschouwend in een onvolmaakte wereld. Soms met bijtende spot en hard cynisme buren, collega's, kennisen, toestanden, zeden, gezindten, koninginnedagen, collecten, liefdadigheid, - o, die doperse ijver, charitas slaat weer toe in Nederland - liefdeloosheid, schijnheiligheid, benepenheid, en de spreekwoordelijke hartelijkheid en vaderlandse gastvrijheid, lompheid, eigenwijsheid en onverdraagzaamheid besprekend.
Iris, boodschapster van de goden aan de mensen.
------------------
Door de Poppesteeg, over de Sint Jansbrug en langs de Oude Delft wandelden zij naar de Boterbrug. Iris droeg een lindegroene lakjas met daaronder een lindegroen jurkje van Betty Barclay met witte kraag en rose afgebiesd, witte netkousen in lila laksandalen. Haar handtas had ze in Londen gekocht in de Carnabystreet. Toen ze de trap achterin de ijssalon besteeg en boven gekomen haar jas uitdeed was het alsof daar een elfje uit een lichtstad arriveerde, daar in dat nogal achterlijke mannen-Delft. Zij bracht de flowerpower naar de techniek. Jannes haalde beneden twee koffie en later een paar sorbets. Hij legde zijn rekenschuif uit en Iris bekeek zijn tekenmachine. Door het opegeschoven raam kwam de beiaard het uur zeggen. Hé, zei Iris, de siciliano, die zou op de Dom ook goed klinken! Jazo, reageerde Jannes die nog nooit in Utrecht was geweest, we kunnen zo wel even naar de Markt wandelen, dat is hier vlak om de hoek. Dat deden ze, maar voor Jannes begon deze middag zijn levenswandeling.