22 JAAR
Nadat Jannes te weten was gekomen wat kracht is had hij zich gericht op de beide hoofdwetten van de thermodynamica. Veel avonden bracht hij door bij Helder om deze goed te begrijpen. Alle kennis, die Helder jaren later in zijn blog zou beschrijven, nam hij in zich op en het was Jannes alsof een deur werd geopend, een doorgang naar de wereld van kracht en stof. Dit waren zijn jaren des onderscheids!
Nog elke week schreef hij een briefkaart aan zijn moeder, maar er was afstand gegroeid. Als hij terugdacht aan zijn jeugdjaren met vader, moeder, zusjes, bekroop hem een gevoel van spijt: al die jaren van opvoeding met de bijbel op tafel, de Institutie van Calvijn ernaast, 's zondags twee keer naar de kerk - het was goedbedoeld, maar het was voor niets geweest, het was een gemiste kans waardoor hij nu extra hard moest gaan om zijn kennis bij te werken. Ook voelde hij mededogen met zijn moeder, die ging in haar eentje toch maar door met dat christelijke juk van lijden en zondigen op haar schouders. Wat is ze oud geworden, vond Iris nadat zij een keer met hem mee was gegaan om zijn moeder te ontmoeten, maar ja het is ook al weer zoveel jaren geleden en dan dat overlijden van je vader..
Iris! Door haar was er nog een venster geopend, een opening naar de boekenwereld.
Want Iris was in Utrecht hoofd geworden van een groot filiaal van de openbare bibliotheek. Zij wist alles van boeken. Watch a librarian: she moves her lips when she reads.
Want na afloop van het gedenkwaardige gala waren zij elkaar blijven ontmoeten en er groeide iets tussen de onderzoekende Jannes en de kritische Iris. En Jannes leende boeken uit haar filiaal en las ze allemaal.
Zij was mooi, zij had iets, de jongens vielen op haar. Toch had zij de ware niet ontmoet: men verkeek zich op haar innerlijk, haar karakter. Iris was kieskeurig en stelde eisen. Zij was als een zeldzame wilde plant die slechts gedijt op bijzondere grond, die dan schitterend bloeit, maar die er niet tegen kan door ruwe handen te worden gekneusd. Nadat Iris zonder hierop uit te zijn enige aanbidders een blauwtje had laten lopen, was zij gereserveerder geworden. Daarom zag zij de jongere Jannus aanvankelijk slechts als dat jongetje van vroeger, een opstapje naar het mannenmekka Delft. Maar nu was zij het zelf die zich verkeek: Jannus was onopvallend vasthoudend - Iris onderschatte deze zachte eigenschappen.
Het was aan, Iris maakte het uit, afgeleid door anderen, Jannus kwam na een half jaar terug, 'wij zijn voor elkaar bestemd' zei hij toen, het bleef aan, anderen werd beleefd de deur gewezen - en hij bleef 's avonds lang bij haar en moest dan rennen om de laatste trein naar Delft te halen.
Op een hete dag in juli, hij was een weekje bij zijn moeder thuis, viel daar een brief op de mat, vanuit de benauwde grote stad een blauwe envelop waarop met een rode viltstift zijn adres. Van haar! Een brief waarin zij schreef ik hou van jou.
Dit had ze nog niet eerder tegen hem gezegd.
Het was het gelukkigste moment in Janus ' leven.
------------------------------------
Iris woonde in die tijd op de zolder van een oud huis aan de Nieuwe Gracht. Als ze het venster van de dakkajuit opende en zich voorover boog kon ze precies op de Dom zien hoe laat het was. Dat was op de derde verdieping en Iris had tegen de wand naast de zoldertrap deze affiches geplakt:




Die affiches waren gemaakt om de aandacht te vestigen op het Europees Natuurbeschermingsjaar 1970. In datzelfde jaar kwam het rapport van de Club van Rome uit: 'Grenzen aan Groei' . Jannes kocht het en las het in één dag uit en, onder de indruk gekomen van het dynamische wereldsysteem van de Club van Rome, gedraaid op de computer van Jay Forrester , gaf zich de week erna op voor het college Systeemdynamica. Op het bijbehorende computerprakticum - nieuw! - tikte hij ponskaarten om de computer vierdemachtsvergelijkingen te laten oplossen met de methode van Newton-Raphson. Hé, riep Helder toen hij ervan hoorde, dat doet me denken aan dat draaiorgel toen op de Markt: de ponskaarten zijn het orgelboek, de computer het orgel en de papieren uitdraai de muziek! Dat was toen nieuw, nu zou je zeggen: de ponskaarten is het toetsenbord, de chip is de computer en het beeldscherm de uitdraai.
1970 was een kanteljaar. Iris leende Jannes het net verschenen 'Dode Lente' van Rachel Carson en ook 'Zilveren Sluiers' van C.J. Briejèr . Even daarna gaf ze hem 'Een Leefbare Aarde' van J. Tinbergen en 'De Afvalmakers' van Vance Packard. In 1970 werd de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater afgedrukt in het Staatsblad.
Het bericht dat de onafbreekbare DDT zich verspreidden in alle aardse oppervlaktewateren maakte sterke indruk op Jannes. Het drong tot hem door dat ongerepte natuur niet meer bestond en dat het bij de waterloopkunde niet alleen gaat om de waterkwantiteit, maar ook om de waterkwaliteit, dat de verziltingsproblematiek achter de zeesluizen slechts een enkel aspect was van een veel grotere zaak.
In die jaren veranderde het begrip 'milieu' van betekenis, een typisch voorbeeld van metabletica, de leer der veranderingen die in dezelfde tijd werd ontwikkeld door Jan Hendrik van den Berg in zijn gelijknamige boek. Het nieuwe woord 'milieuverontreiniging' ontstond.
Daarom koos hij als afstudeerrichting Gezondheidstechniek in plaats van Waterloopkunde.